alle artikels

Ligo, Vrijzinnig Punt Hasselt, huisvandeMens en de Fietsbibliotheek Op Wielekes gaan bij hun wijkbewoners en -bezoekers op zoek naar straffe, gezellige, beklijvende, inspirerende en rakende verhalen. De verhalen kunnen als levend boek uitgeleend worden op enkele eventdagen. Voor het aanleveren, sprokkelen en optekenen van de verhalen kunnen we rekenen op veel lieve vrijwilligers, bewoners en organisaties.

Iwert Bernakiewicz: waarom niet één groot Hasselts stadsfeest?

 

“Ik ben een geboren Genkenaar die opgroeide in Opglabbeek en later naar Tongeren vertrok. Als docent architectuur aan de Uhasselt kijk ik op eigenzinnige manier naar de straat, de wijk en de stad. Mijn observatie tracht ik vast te leggen met mijn camera. Liefst ‘s nachts tijdens eindeloze wandelingen door Hasseltse straten en wijken. Elk beeld is vereeuwigd en is er onmiskenbaar geweest.

Mijn naam is geen ‘Vlaamse naam’ maar ik ben er trots op. Mijn roots liggen daar langs grootvaders kant in Polen. Hij stierf toen ik één jaar was. Babcia, Pools voor grootmoeder, was Oekraïense en is eind vorig jaar overleden. Mijn grootvader kwam na de oorlog als vluchteling hier wonen en werken. Van moederskant ben ik Limburgs, mijn grootouders daar zéér Vlaams gezind. En voilá, nu ben ik hier. Mijn naam wekt soms wel verwondering, gaande van ‘moeilijk’ tot ‘onuitspreekbaar’. Ik erger mij daar soms aan. Is Bernakiewicz dan echt zoveel moeilijker dan Vancraenenbroek of Preud'homme? En hoeveel schrijfwijzen zijn er voor Jansen en Dirix?

Ik ben in Genk opgegroeid in een zeer brede multiculturele omgeving. Ik woonde in het hoogste wooncomplex van Limburg: Zonneweelde (D’Ierd). Dat was een smeltkroes van nationaliteiten en dan nog eens gelegen in een wijk waar er haast geen ‘native Belgen’ woonden. Dan leer je omgaan met andere talen, gebruiken en dus ook andere namen.

Ons gezin woonde in Tongeren. Mijn ouders woonden in Opglabbeek en die van mij toenmalige echtgenote in Geel. Dat zijn grote afstanden. Hasselt leek een prima woonplek. Ik geef les aan de campus Diepenbeek. Op een kwartiertje van je werk wonen is een grote luxe en dus was de keuze vlug gemaakt. Er was nog een goede reden om mij in Hasselt te vestigen. Ik ben enig kind en weet dat ik dus ooit voor mijn ouders in Opglabbeek zal moeten zorgen.

Een andere goede reden om te verhuizen was het openbaar vervoer. Ik gebruik héél weinig de auto, hoewel, als je kinderen hebt dan is die auto soms wel noodzakelijk. Maar Hasselt heeft een groot station met annex busstation en dat vind ik heel belangrijk. 

Katarina leek ons een fijne wijk. Vooral het gedeelte waar ik nu woon. Ik heb een kleine achtertuin die uitgeeft op een parkje. Hier spelen joelende kinderen en wandelen de bewoners van de nabijgelegen appartementsblokken. Dat geeft een soort ‘vredigheid’. In mij achtertuin staat een bijgebouwtje met op de verdieping een gemetste duiventil. Daar heb ik een werkplek van gemaakt omwille van het zicht op de groene long, omwille van die aanwezigheid van jong en oud. Er zit een groot raam dat uitgeeft op dat tafereel. En ja, ik weet dat de appartementsbewoners recht naar binnen kunnen kijken maar ook dat maakt deel uit van het ‘samen wonen’.

In dit gedeelte van de Katarinawijk zijn de achtertuinen bijna allemaal verbonden door een servitudeweg. Een droom voor fietsende, skatende en rolschaatsende jongeren. Het is ook een verbinding met de buren omdat de garages aan de servitude vaak aanleiding geven tot uitgebreide babbels en zelfs feestjes. Aan die contacten is hier een grote behoefte. Wist je dat zelfs de Aldi een ware ontmoetingsplek geworden is in de wijk? Dat is best eigenaardig. Personeel en klanten kennen elkaar hier en slaan regelmatig een praatje. Je hoort het vaker: “We zien elkaar nog wel in de winkel!”. Hier vind je ook nog een echte bakker, een slager, een krantenwinkel. Dát zijn de echte ontmoetingsplaatsen voor de wijkbewoners. Het enige dat ik mis en een volkscafeetje. Er is natuurlijk ‘In de vaart van Maastricht’ maar dat is ‘over de steenweg’.

Ik woon weliswaar in een gesloten bebouwing maar toch is er een opening naar groen, naar de natuur. Wist je dat de Windmolen en de weide daarachter een schapenweide is? Daar eindigde Hasselt vroeger. Vanaf hier was er alleen nog maar heidegrond. Hasselt betekende in oppervlakte niks. En diameter van 800 meter, dat was het. Alles daarbuiten was zand, heide en zeer schaarse bebouwing. Waar nu de Katarinawijk ligt, stonden slechts enkele boerderijtjes. De Windmolen is het laatste stukje erfgoed dat is overgebleven en dat ligt aan onze achtertuinen!

Ik wilde altijd al in een stad wonen. Het dorpse van Opglabbeek lag mij niet zo zeer. Het stedelijke trok mij aan. Het waarschijnlijk een overblijfsel van mijn ‘Genkse periode’. Ik hou van de stad. ‘s Nachts trek ik er, gewapend met een camera, vaak op uit om te wandelen en vooral om te kijken. Je zou verbaasd zijn hoe snel dingen veranderen. Een foto getuigt dan hoe het was en hoe het nu is. Een mooie boom, gisteren nog gefotografeerd, is plots verdwenen. Hij laat een kale plek op de grond achter. En vaak weet niemand waarom die boom weg moest want die stond er al tentallen jaren.

Dat doet een wijk transformeren. Niet noodzakelijk naar ‘beter’ maar altijd naar ‘anders’. Een mooi huis dat wordt gesloopt, dat doet mij iets. Het verplicht wijken van erfgoed voor het nieuwe, het sjieke, daar kan ik niet bij komen. Wie over de boulevard loopt ziet de wonden die met betonnen pleisters zijn beplakt. Het erfgoed van Hasselt wordt te veel verpakt in documenten, foto’s, eretekens en ornamenten. Bewaard in museumvitrines. De échte bouwkundige erfenissen worden met de bulldozer weggeduwd ten voordele van prestige voor ‘la richesse’. Dat vind ik erg. Hasselt wil geen ‘werkmensenstad’ worden. Dat voel je aan de aard van de veranderingen, van de verbouwingen.

Onze straat is vrij lange. Hierachter leeft de gemeenschap op een leuke manier. Het publiek is zeer gemengd qua leeftijd. Wij kennen elkaar. Soms ontstaan spontane feestjes. In het straatje hierachter staat een grote bank. Die hebben we samen aangekocht en daar zitten we dan samen iets te drinken.

We organiseren ook opnieuw, na een paar corona-jaren, een straatfeest. Geen grootse opzet maar een supergezellige samenkomst. Iedereen brengt dan iets mee om te bakken op de grill, of iets anders om te eten en te drinken. Vanaf dan is het feest! Vroeger werd het super georganiseerd met inschrijvingen en zo, maar nu is het spontaner. Men komt en gaat, men praat, eet en drinkt.

De nieuwjaardrink is ook zo ’n buurtfeest. Iemand maakt pompoensoep en die wordt verkocht. Zo hebben we drie- tot vier keer op brede schaal contact met elkaar.

We hebben hier in de wijk ook heel snel contacten van dichtbij. Meestal met buren die dichter wonen. Als de buurvouw het moeilijk heeft met het openvouwen van de parasol dan vraagt ze gewoon een beetje hulp. Zo werkt dat hier. Als je iets wil, dan zeg je het. Het leuke hieraan is dat nieuwe bewoners, vaak jonge gezinnen, ook mee op dat treintje stappen. In no time zijn ze volkomen mee met de sfeer van de buurt en de wijk. Er zijn natuurlijk ook bewoners die liever wat op de achtergrond blijven maar we weten wie ze zijn, we kennen hen en zij ons.

Ik zou de traditie van het lokale feesten willen uitbreiden naar meerder wijken. Naar heel de stad zelfs. Eén groot Hasselts stadsfeest zou toch fantastisch zijn, niet? Nu heeft elke wijk haar eigen feesten. Dat is uiteraard heel plezant en gezellig maar er is weinig verbondenheid met de rest van de stad.”

Hier vind je ook nog een echte bakker, een slager, een krantenwinkel. Dát zijn de echte ontmoetingsplaatsen voor de wijkbewoners.

Verhaal opgetekend door: Chretien Paesen

Foto: Lars Bernakiewicz

Chretien Paesen

Chretien Paesen

"Iwert Bernakiewicz is een spraakwaterval. Het hart en de tong lopen over van enthousiasme want hij woont hier graag. Iwert kent en maakt geen onderscheid tussen leeftijden en afkomst.. Hij is niet blij met de huidige stadsontwikkeling en kijkt bezorgd naar de toekomst."

MEER?

Lees alle verhalen van Verhalenoogst
Activiteitenboekje

Ontvang GRATIS het maandelijks activiteitenboekje in je brievenbus of via e-mail.

Vraag jouw exemplaar aan
Activiteitenboekje

Heb je vragen over onze Verhalenoogst: Iwert Bernakiewicz? Neem dan contact met ons op.

Bedankt voor je bericht

We nemen zo snel mogelijk contact op.

 Velden met een * zijn verplicht.

Captcha is vereist

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Bij Vrijzinnig Limburg is er heel wat te beleven. Mis geen enkele boeiende lezing, toffe workshop, zinvolle gespreksgroep of inspirerende tentoonstelling.

Captcha is vereist