Hoop
Als door de speer der stress gespietst, sperde ze haar ogen wagenwijd open. De morgen had zich ongeduldig aangediend en vermaande haar het slaapschip te verlaten. Stéphanie gehoorzaamde de wet van het ochtendgloren, die zo universeel over de mensheid regeert dat het haar deed twijfelen aan haar autonomie. Wat als ze nu eens een welgemeende middenvinger zou opsteken naar haar taken als loonslaaf en moederkloek? Als ze nu eens terug in dat bed zou kruipen en zich zou bedelven onder een lawine van troostende lakens? Ze trok haar chocoladebruine kamerjas aan en betrapte zichzelf op het mijmeren over een heerlijke reep Côte d’Or.